Plantenvijver

Plantenvijver

In een plantenvijver draait het om planten en waterplanten. Er zitten in een plantenvijver dus nauwelijks of geen vissen. De goudelrits, zonnebaars en goudwinde zijn vissen die wel geschikt zijn voor dit type vijver, mits de aantallen gering blijven. Andere vissen zijn minder geschikt omdat zij de planten op hun menukaart hebben staan. Zitten er te veel vissen in een vijver, dan zal het water snel vertroebelen door het overschot aan afvalstoffen die de vissen produceren.

Een belangrijk kenmerk van een plantenvijver is de rust in het water. Het water mag niet te veel stromen of circuleren. Vijverplanten houden het water helder. Het voordeel hiervan is dat een plantenvijver een minimum aan filtratie nodig heeft. Eventueel kan er in de winter een luchtpomp of een vijververwarmer geplaatst worden om te zorgen dat het wateroppervlak niet dichtvriest. Wil je het vijverwater kraakhelder houden, dan is het installeren van een filtersysteem natuurlijk altijd een optie.

Plantenvijver aanleggen

Het is belangrijk een plantenvijver aan te leggen met verschillende dieptes.

TIP! van Velda

Wil je een plantenvijver? Zorg dan dat de vijver gedurende de dag ten minste voor de helft zon heeft. Dit ter bevordering van de groei en bloei van de planten in de vijver

Op deze manier komen de verschillende plantensoorten het meest tot hun recht en zullen zij het best groeien. Daarnaast is van belang dat de vijver gedurende de dag ten minste voor de helft zon heeft, dit ter bevordering van de groei en bloei van de planten in de vijver. Houd je hier geen rekening mee, dan zullen de planten al snel doodgaan en wordt het vijverwater troebel. De diepte van een plantenvijver varieert van 15 tot 120 cm, afhankelijk van de beplanting. Moerasplanten gedijen het best bij een diepte van ongeveer 15 cm, voor waterplanten is dit 40 cm en voor zuurstofplanten en waterlelies ligt de ideale diepte tussen 100 en 120 cm.

Perfecte plantsoorten voor de plantenvijver

Wat zijn de perfecte plantensoorten voor een plantenvijver?

  • Oeverplanten: Lage bodembedekkende oeverplanten camoufleren de rand van de vijver, terwijl de hogere soorten met hun stengels en bloemen zorgen voor volume en structuur langs de oever. Oeverplanten zijn een lust voor het oog door de variatie aan kleuren, vormen en afmetingen.
    De biologische functie voor het milieu wordt ook bij de oeverplanten vooral bepaald door de groeicapaciteit. Hoe beter ze groeien, hoe meer voedingsstoffen er uit vijvermilieu worden gehaald, waardoor er minder kans op algen is.
  • Moerasplanten: Met moerasplanten kun je de vijver pas echt sfeervol maken, door de variatie aan kleuren, vormen en afmetingen. De biologische functie voor het vijvermilieu wordt ook bij de moerasplanten vooral bepaald door de groeicapaciteit. Hoe meer voedingsstoffen, hoe beter ze kunnen groeien. Ook de moerasplanten zijn dus van grote waarde voor het natuurlijke evenwicht.
  • Waterlelies: Een mooie waterlelie (Nymphaea) met veel bloemen vormt de kroon op je vijver. Ook hebben ze een belangrijke biologische functie, ze nemen voedingsstoffen op uit het water, waardoor algengroei wordt beperkt. Lelies zijn gek op vissen in het water, die houden insecten en waterslakken bij ze weg. Andersom ook, vijvervissen schuilen onder de drijfbladeren bij dreigend gevaar van een hongerige reiger.
  • Zuurstofplanten: Zuurstofplanten groeien snel en houden de vijver helder en algenvrij. Ze groeien onder water en nemen voedingsstoffen via het blad op uit het water en geven zuurstof af. Ze vormen dan ook een belangrijke pijler voor het natuurlijke evenwicht in de vijver en zijn uiterst nuttig voor het helder en gezond houden van het water. De mate van groei wordt bepaald door de aanwezigheid van licht, temperatuur (12-25°C), voedingsstoffen, waterkwaliteit en CO2. Als ze slecht of niet groeien kan de oorzaak doorgaans worden gezocht in de waterkwaliteit en het te lage aanbod CO2. Dan is er kans op algengroei.
  • Drijfplanten: Drijfplanten zijn ideaal voor nieuwe vijvers omdat ze CO2 uit de lucht halen. De keuze in drijfplanten is niet zo groot, zeker niet als we alleen de inheemse winterharde soorten willen gebruiken. Maar ook al zijn ze in soorten gering, ze vormen een zeer nuttige en in sommige gevallen essentiële groep waterplanten. Voor het verkrijgen van een natuurlijk evenwicht en helder water zijn ze vaak onmisbaar. Ze groeien snel en stellen weinig eisen aan de waterkwaliteit. Hun waarde wordt vooral bepaald door de enorme groeicapaciteit, ook onder omstandigheden waarin de zogenaamde zuurstofplanten het laten afweten.

Onderhoud plantenvijver

Een plantenvijver vergt relatief weinig onderhoud. Naast het onderhouden van de planten hoeft er maar af en toe controle van de waterkwaliteit plaats te vinden. De planten zelf zijn jaarlijks te splitsen en te vermeerderen, waardoor de investering, buiten de aanleg, in principe grotendeels eenmalig zal zijn. De beste onderhoudstijd is de nazomer, eind augustus – begin september. De vijver kan zich dan nog goed herstellen vóór de winter.

In het najaar moeten afgestorven planten en ingewaaide bladeren uit de vijver worden verwijderd, dit voorkomt dat ze op de bodem gaan rotten. Gebruik hiervoor een schepnet. Organisch afval op de bodem vergroot de kans op verzuring van de vijver waardoor niet alleen vissen het moeilijker zullen krijgen, maar ook neemt de kans op algenproblemen en een slechte plantengroei toe.
Het is niet verstandig om jaarlijks de hele vijver leeg te pompen om de bodem schoon te kunnen maken. Hiermee verwijder je niet alleen allerlei nuttige waterdiertjes maar ook tast je daarmee de bacteriële huishouding in belangrijke mate aan en die is juist in de winter erg belangrijk. Daarnaast levert het veel stress op voor de eventueel aanwezige vissen.