Zuurstofgehalte water

Zonder zuurstof is er op onze aarde geen leven in de huidige vorm mogelijk. Dat geldt ook voor het leven in en onder water. Dus ook voor het leven in de vijver. Het zuurstofgehalte in het vijverwater is van groot belang voor het leven in de vijver. Vijverwater wordt op een aantal manieren van zuurstof voorzien. In volgorde van belangrijkheid zijn dat:

  • Via het wateroppervlak door diffusie. Vooral door wind en regen bewogen water neemt veel zuurstof op uit de lucht
  • Door groeiende onderwaterplanten. Vooral de z.g. zuurstofplanten (bijvoorbeeld waterpest, hoornblad en fonteinkruid) kunnen onder gunstige omstandigheden grote hoeveelheden zuurstof produceren
  • Door aanwezige algen

Kouder water kan een hoger zuurstofgehalte hebben dan warmer water. En hogere waterlagen bevatten over het algemeen meer zuurstof dan diepere waterlagen. Normaal gesproken zal er zich tijdens het groeiseizoen geen probleem voordoen met het zuurstofgehalte.

Er zijn echter een aantal omstandigheden waardoor er zuurstofgebrek kan optreden:

  • Bij ongunstige verhoudingen van oppervlakte en diepte van je vijver. Zoals je weet neemt het wateroppervlak veel zuurstof op uit de lucht. Een klein wateroppervlak kan maar een beperkte hoeveelheid zuurstof opnemen. Stilstaande diepe waterlagen van 1 meter of meer komen dan niet voldoende in aanraking met zuurstof en hebben dan een te laag zuurstofgehalte. Vooral voor de micro-organismen kan dan zuurstofgebrek optreden.
  • Bij relatief hoge watertemperaturen kan het zuurstofgehalte van je vijverwater te laag worden. Tijdens warme zomerse dagen kunnen de watertemperatuur in je vijver wel oplopen tot 25⁰C. Bij deze temperatuur is de verzadigingswaarde slechts 8 mg zuurstof per liter water. Vooral als er dan een groot aantal vissen aanwezig is kan het gemakkelijk tot zuurstoftekort (vergelijk: water van 10⁰C heeft een verzadigingswaarde van 10,9 mg zuurstof per liter).
  • Het zuurstofgehalte kan te laag zijn bij ophoping van CO2 in het water. Buiten het groeiseizoen kan onder ongunstige omstandigheden (te lage GH-waarde) het CO2-gas in het water toenemen. In tegenstelling tot zuurstof is CO2-gas in het water zwaarder en zal zich vanuit de bodem ophopen. Er ontstaan dan in de diepere waterlagen zuurstofarme of zelfs zuurstofloze omstandigheden. De gevolgen hiervan zijn desastreus voor de micro-organismen en in een later stadium ook voor de vissen.
  • Bij een enorme groei van grote bestanden zuurstofplanten (waterpest, hoornblad en fonteinkruid), in combinatie met hogere watertemperaturen. Zuurstofplanten geven overdag onder invloed van licht zuurstof af en nemen CO2 op. ’s Nachts is dit proces omgekeerd. Grote bestanden zuurstofplanten kunnen zo in combinatie met hogere watertemperaturen vooral in de vroege ochtenduren zuurstoftekort veroorzaken.

Problemen met het zuurstofgehalte in water uiten zich vooral bij de vissen. Ze houden zich in de bovenste vijverlaag op, happen naar lucht en zijn traag in hun bewegingen. Zuurstofgebrek in de onderste waterlagen kan zich uiten, doordat er een olielaagje op het wateroppervlak verschijnt, veroorzaakt door afgestorven micro-organismen.

De oplossing voor zuurstofproblemen is in alle gevallen het aanbrengen van een sterke luchtpomp, die vooral de onderste waterlagen goed in beweging brengt.